Blog Image

Middeleeuwse dorpen en bastides Midi-Pyrénées

LA BOUYGUE

Onder het motto "logeren bij Vlamingen" baten Roger & Nadine aan de rand van het Grésigne bos in Penne (Tarn) twee vakantiewoningen uit:
Gîte La Bouygue, een kindvriendelijk vakantiehuis met verwarmd zwembad
Gîte les Sangliers, een hondvriendelijk vakantiehuisje met grote omheinde tuin

NEGREPELISSE

Middeleeuwse Bastides Posted on 2014-06-12 19:45


Nègrepelisse, laten we beginnen met de unieke naam.
Aan
de Aveyron, midden de bossen, lag een kleine nederzetting die aan de abdij van
Moissac toebehoorde: “La Mothe Saint-Pierre”. De inwoners waren voornamelijk houtskoolbranders.
Door de hygiënische omstandigheden in de vroege middeleeuwen hadden de mannen
de kleur van hun product. Toen ze in de omliggende dorpen rondtrokken om hun
houtskool te verkopen kregen ze de Occitaanse bijnaam “los de la negra pelissa”.

Uiteindelijk werd “La Mothe Saint-Pierre dit Nègrepelisse” gewoon genoemd naar de
bijnaam.


Onder de auspiciën van de koning van Frankrijk werd
de Bastide Nègrepelisse in 1273 opgericht door de heren van Bruniquel. Typisch
voor een middeleeuwse bastide heeft ook Nègrepelisse loodrecht op elkaar
staande straten rond een centraal marktplein.

In dezelfde periode dat de Bastide vorm kreeg werd
ook een imposant kasteel gebouwd.

Op een oppervlakte van 3600 m2 ontstond een
vierkante burcht met een binnenplein, versterkte buitenmuren en omwalling. Voor
een optimale bewaking stond op iedere hoek een ronde wachttoren.

Door de eeuwen
heen trotseerde het kasteel zonder noemenswaardige schade diverse oorlogen maar
werd uiteindelijk slachtoffer van de Franse revolutie. Het kasteel werd
volledig geplunderd en de lokale bevolking bediende zich gretig van alle
bouwmaterialen. Er bleef slechts een ruïne over.


Om het kunstencentrum La Cuisine onder te brengen
werd in 2008 een architectuurwedstrijd uitgeschreven. Vanuit de grondvesten van de kasteelruïne ontwierp het
Catalaanse architectenbureau RCR Arquitectes een sober modern gebouw rond een
binnenplaats. Uitsluitend strakke lijnen in natuursteen, cortenstaal en glas. Een zeer geslaagde realisatie met respect
voor de historische achtergrond van de site. Het weekend van 14 juni 2014 wordt kunstencentrum La Cuisine officieel geopend.

Al ging het middeleeuwse karakter van Nègrepelisse
enigszins verloren, het stadje is een bezoek meer dan waard. Het centrale marktplein,
de kerk Saint-Pierre-Es-Liens met een van de mooiste torens in de streek, de tempel
met tuin, de lavoir, de watermolens, het kunstencentrum La Cuisine…

Net naast het kasteel ontstond door de splitsing van de Aveyron een eiland.
Acht hectare natuurgebied. Ideaal voor een rustige wandeling van
ongeveer een half uur.


Nègrepelisse ligt op iets meer dan 20 km van La
Bouygue. Het is bij onze gasten vooral gekend door de supermarkten Intermarché
en Super U. Het loont echt de moeite om een kilometer verder te rijden en het
stadje even te bezoeken.

Voor meer informatie over
het kunstencentrum La Cuisine: http://www.la-cuisine.fr/

Voor meer
informatie over Gîte La Bouygue & Gîte les Sangliers:

http://www.gite-frankrijk.be



VILLEFRANCHE-DE-ROUERGUE, een van de mooiste Bastides van Frankrijk

Middeleeuwse Bastides Posted on 2013-03-17 19:20

Aan de oevers van de
Aveyron stichtte de nieuwe graaf van Toulouse, Alphonse de Poitiers, na de
Albigenzische kruistochten rond 1252 niet alleen de “villa nova” Najac, maar
iets verder stroomopwaarts ook “Vilafranca”.

Zoals bij de
oprichting van iedere Bastide werd uitgekeken naar een strategische ligging. Er
werd gekozen voor de rechteroever van de Aveyron, op een kruispunt van vroegere
Romeinse heirwegen. Dankzij de zilvermijnen in de buurt bestond op de
linkeroever al het mijnwerkersdorpje La Peyrade.

Een “villa nova” was
eigenlijk een grote verkaveling. Startend vanuit het centrale marktplein werden
in dambordpatroon straten aangelegd. Zo ontstonden honderden bouwpercelen. In
Villefranche hadden de inwoners twee jaar de tijd om een huis te bouwen. Om in
hun eigen behoeften te voorzien, verwierven ze ook een perceel tuingrond buiten
de stadsmuren. De jaarlijkse belasting werd proportioneel met de bebouwde
oppervlakte berekend.

Een verkaveling
aanleggen is een zaak, maar men moest ook nog inwoners, ambachtslui en
handelaars, kunnen aantrekken. Hiervoor werden veel privileges en belastingvoordelen
toegekend. De “vrijhandelszone” Villefranche werd snel een succes, een
bloeiende handelsstad. De wekelijkse marktdag op donderdagmorgen bestaat nog
steeds. Dankzij de zilvermijnen in de buurt werd ook een Koninklijke
muntslagerij opgericht. De Collégiale Notre-Dame kerk met de imposante
klokkentoren (1260), de Pont des Consuls brug (1320) en de Griffoul fontein
(1336) getuigen vandaag nog van de snelle opgang van de Bastide.

Villefranche lag net
op de grens van het grondgebied dat zowel door de Engelse als de Franse kroon
werd geclaimd. In 1347, bij het begin van de honderdjarige oorlog, werd de stad
versterkt. In 1360, door het verdrag van Brétigny, werd Villefranche Engels
grondgebied. Negen jaar later werd de stad opnieuw bij de Franse kroon
ingelijfd.

Al hadden de pestepidemieën
en de honderdjarige oorlog veel ellende gebracht, Villefranche bleef tot aan de
17e eeuw een bloeiende en welvarende stad. De vooruitgang ging wel
ten koste van de andere “villa novas” in de buurt. Labastide l’Eveque, Najac en
Villeneuve boerden eerder achteruit. Bij koninklijk decreet van 1369 nam
Villefranche-de-Rouergue de titel van hoofdstad van de regio over van het in
ongenade gevallen Najac.

Het is niet helemaal
duidelijk waarom Villefranche-de-Rouergue door de eeuwen heen een ongeziene aantrekkingskracht
had op religieuze ordes:


Monastère
des Cordeliers (13e eeuw)


Chartreuse
Saint-Sauveur (15e eeuw)


Eglise
des Augustins (15e eeuw)


Chapelle
des Pénitents Bleus (17e eeuw)


Chapelle
des Pénitents Noirs de la Sainte-Croix (17e eeuw)


Couvent
des Ursulines (17e eeuw)


Couvent
des Visitandines (17e eeuw)


Eglise
Saint-Joseph des Pères Doctrinaires (17e eeuw)


La
congrégation de la Sainte-Famille (een kloosterorde in 1816 in Villefranche gesticht
door Emilie de Rodat. Zij werd in 1950 heilig verklaard. Over de wereld
verspreid zijn nog 520 missiezusters van deze orde werkzaam)

Als een belangrijke
halte op de pelgrimsweg naar Santiago de Compostela (traject Conques-Toulouse),
had Villefranche-de-Rouergue uiteraard ook een Chapelle Saint-Jacques.

De volksopstand in
1643, waarbij de verpauperde plattelandsbevolking van Rouergue in opstand kwam
tegen de torenhoge lasten, werd hoofdzakelijk in en rond de hoofdstad Villefranche-de-Rouergue
beslecht. De “révolte des Croquants” is het onderwerp voor een volgende bijdrage.

In 1779 werd
Villefranche-de-Rouergue de hoofdstad van de provincie Haute-Guyenne. Uit die
tijd zijn nog mooie huizen te vinden die ooit toebehoorden aan hoge Koninklijke
functionarissen.

Tijdens de Franse
revolutie kwam de eeuwenlange trouw aan de Franse kroon
Villefranche-de-Rouergue duur te staan. Het nieuwe departement Aveyron kreeg Rodez
als hoofdstad en Villefranche degradeerde tot een doodgewone Bastide zonder
regionale invloed.

In de recente geschiedenis
is 17 september 1943 een belangrijke datum voor Villefranche-de-Rouergue. Een
vijfhonderd Kroatische soldaten (uit het huidige Kroatië en Bosnië-Herzegovina)
waren ingelijfd in de Duitse troepenmacht en in de stad gelegerd. Ze besloten
zich aan te sluiten bij het Franse verzet. Op 17 september 1943 brak de opstand
uit. Alle Duitse officieren werden vermoord en Villefranche-de-Rouergue werd de
eerste stad bevrijd van de Duitse bezetter.

De opstand werd na één
dag al onderdrukt. Veel Kroaten werden in de straatgevechten gedood, gevangen
genomen, gefusilleerd of deporteerd. Slechts enkelen slaagden erin zich bij het
verzet aan te sluiten. Represaillemaatregelen tegen de stad en de burgerbevolking
bleven gelukkig uit. Op militair vlak had deze opstand geen enkele impact. Het
was wel de eerste openlijke rebellie binnen de Duitse bezettingsmacht en vanuit
Londen werd er veel ruchtbaarheid aan gegeven. Even buiten de stad ligt een
mooi herdenkingspark dat hulde brengt aan de heldhaftige maar weinig
succesvolle opstand van de Kroaten.

Villefranche-de-Rouergue
staat vandaag bekend als een van de best bewaarde Bastides van Frankrijk. Samen
met Najac, Villeneuve en Sauveterre-de-Rouergue maakt de stad deel uit van de
Grands Sites de Midi-Pyrénées” en verkreeg het label “Villes d’Art et
d’Histoire” van het Franse ministerie van cultuur.

De Bastide is een open
museum met een volledig intact middeleeuws stratenplan. Een uitgestippelde stadswandeling
start aan de dienst voor toerisme (promendade du Guiraudet) waar je gratis het
stratenplan kan opvragen of hier downloaden.

.Enkele historische
monumenten zijn echt niet te missen en de prijs van het ingangsticket zeker waard:


Collégiale
Notre-Dame met geleid bezoek aan de indrukwekkende klokkentoren


Chapelle
des Pénitents Noirs de la Sainte-Croix met het prachtig beschilderd plafond en
een uitzonderlijk retabel in barokstijl


Chartreuse
Saint-Sauveur (even buiten de stad, gedeeltelijk in gebruik als ziekenhuis) met
o.a. twee uitzonderlijke kloostergangen

De eeuwenoude markt,
iedere donderdagmorgen, op de Place Notre Dame is belangrijk voor de lokale
economie, maar biedt vooral de mogelijkheid streekproducten te ontdekken. Je
vindt er zowel professionele marktkramers als kleine producenten met producten
van eigen teelt.

Voor meer foto’s van Villefranche-de-Rouergue:
zie mijn fotoblog op picasaweb

Voor meer informatie
over Villefranche-de-Rouergue: http://www.villefranche.com/

La Bouygue ligt op iets
meer dan 50 km van Villefranche-de-Rouergue. Eventueel gecombineerd met een
bezoek aan Najac of de Cistercienserabdij van Loc-Dieu is dit een mooie
daguitstap.

Voor meer
informatie over Gîte La Bouygue & Gîte les Sangliers:

http://www.gite-frankrijk.be



NAJAC een bastide in de schaduw van een koninklijke versterkte burcht

Middeleeuwse Bastides Posted on 2012-07-03 01:42

Op een
strategische rotsrichel in een meander van de Aveyron lag het gehucht Najac.
Rond 1100 bouwde Bertrand de Saint-Gilles, zoon van de graaf van Toulouse, er
een versterkte uitkijktoren.

Na de
Albigenzische kruistochten, besloot de broer van Lodewijk IX en nieuwe graaf
van Toulouse, Alphonse de Poitiers, de Koninklijke macht in de Rouergue regio uit
te bouwen. Hij koos Najac als uitvalsbasis en hoofdstad. In 1253 werd de
vroegere uitkijktoren uitgebreid tot een koninklijke versterkte burcht, een parel van
militaire architectuur. Door de vele defensieve spitsvondigheden kon één soldaat 25 belegeraars aan. Alleen al de immense schietgaten, met ruimte voor drie
boogschutters, waren een unicum. Het bouwwerk was zo indrukwekkend dat het
nooit werd belegerd.

De “villa
nova
” Najac werd in lintbebouwing aangelegd op de rotsrichel die naar het
kasteel leidde. De Albigenzische kruistochten waren wel voorbij, maar de
inquisitie was oppermachtig en bleef de Katharen vervolgen. De bevolking van
Najac werd in 1258 door de inquisitie veroordeeld als Kathaarse ketters. Om hun
fouten af te kopen werden ze, naast het betalen van zware geldboetes, verplicht
een kerk te bouwen. Drie burgers weigerden en stierven op de brandstapel. De
inwoners bouwden tien jaar aan de imposante Saint-Jean kerk, de eerste in
gotische stijl in Rouergue.

Najac was
in de middeleeuwen een bloeiende handelsstad en een belangrijke halteplaats voor
de bedevaarders op weg naar Santiago de Compostella. De zwarte pest bracht in
1348 genadeloos een einde aan de welvaart. De helft van de inwoners overleefde de
ziekte niet.

Volgens het
verdrag van Brétigny, in 1360 door de koningen van Frankrijk en Engeland
ondertekend, werd de regio Rouergue overgedragen aan de Engelse kroon. Op een avond wisten de burgers van Najac met een list het kasteel binnen te dringen en vermoordden
het volledige Engelse garnizoen dat er was gelegerd.

Toch schaarden de inwoners van Najac zich blijkbaar onvoldoende achter de koning van
Frankrijk en ze verloren uiteindelijke de titel van hoofdstad van
Rouergue aan de iets verderop gelegen bloeiende “villa nova”
Villefranche.

Tot aan de
godsdienstoorlogen tussen katholieken en protestanten bleef Najac een rustig
handelsstadje. De Hugenoten bezetten in 1589 het kasteel. De katholieken
blokkeerden de uitgang en na enkele maanden moesten de protestanten zich bij
gebrek aan water en voedsel overgeven.

Het Koninklijke
kasteel oogt ook vandaag nog een machtig bouwwerk. De buitenmuren lijken nog
vrij intact, maar dit is maar schijn. Tijdens de Franse revolutie werd het
kasteel publiek bezit en verkocht aan een lokale herbergier voor 12 frank. Het
werd de steengroeve voor vele gebouwen in de streek. Gelukkig verwierf de rijke
bankiersfamilie Cibiel uit Villefranche-de-Rouergue op het einde van de 19e
eeuw het kasteel en werd dit historisch erfgoed van de volledige ondergang
gered. De versterkte toren is het best bewaard en biedt de bezoekers een
prachtig uitzicht over het dorp en de streek.

Vandaag
maakt Najac, samen met de bastides Villeneuve, Sauveterre-de-Rouergue, en
Villefranche-de-Rouergue, deel uit van de “Grands Sites de Midi-Pyrénées”. Het
dorp verkreeg niet alleen het label “Villes d’Art et d’Histoire” van het Franse
ministerie van cultuur, maar behoort ook tot “Les plus beaux villages de
France” en het netwerk van “La Fédération Française des
Stations Vertes”.

Vele
historische monumenten bepalen nog steeds het unieke uitzicht van dit
middeleeuwse stadje:


La
Forteresse Royale (1253-1263)


La
fontaine des Consuls (1344)


L’église
Saint-Jean l’Evangéliste (1258-1268)


Le
pont Saint-Blaise (1259)


La
Place du Barry (13e en 14e eeuw)


La
maison du Gouverneur (13e tot 15e eeuw)


La
maison du Sénéchal (15e en 16e eeuw)

Voor meer foto’s van Najac: zie mijn fotoblog op picasaweb

Voor meer
informatie over Najac: http://www.tourisme-najac.com/

Najac ligt
op ongeveer 35 kilometer van La Bouygue. Gecombineerd met een bezoek aan
Villefranche-de-Rouergue of de Abbaye de Beaulieu-en-Rouergue is dit een
aanbevelenswaardige daguitstap.

Voor meer
informatie over Gîte La Bouygue & Gîte les Sangliers:

http://www.gite-frankrijk.be



CASTELNAU-DE-MONTMIRAL een van de mooiste dorpen van Frankrijk

Middeleeuwse Bastides Posted on 2012-06-10 19:50

Tijdens de
Albigenzische Kruistochten lieten de troepen van Simon IV de Montfort slechts
een woestenij achter. De graaf van Toulouse, Raymond VII, moest de Kathaarse
vluchtelingen opnieuw onder controle krijgen. Een rotspunt, met uitstekend
uitzicht over de vallei en het Grésigne bos, bood een uitstekende ligging voor
een versterkt kasteel en dorp. Raymond VII stichtte rond 1222 op de linkeroever
van de Vère een “castellum novum” die hij “Montis Mirabilis” noemde.

Castelnau-de-Montmiral
werd vermoedelijk in dezelfde periode gesticht als Cordes-sur-Ciel. Volgens de
historici geen pure Bastide, maar een versterkte burcht. De naam komt voor het
eerst voor in 1249. In een akte zweren de burgheren trouw aan graaf Alphonse de
Poitiers en zijn echtgenote Jeanne de Toulouse, dochter en enige erfgename van Raymond
VII.

De inwoners
verkregen privileges en hun aantal groeide snel. Het imposante versterkte
kasteel diende als uitkijktoren over de vlakte. Het kasteel werd lang bewoond
door de burggraven van Talard en vanaf het einde van de 14e eeuw
door de graven van Armagnac.

Tijdens de
honderdjarige oorlog was de kasteelheer van Castelnau-de-Montmiral, de graaf d’Armagnac,
in een hevige strijd gewikkeld met de het Franse koningshuis en de hertog van
Bourgondië. Castelnau-de-Montmiral leek onneembaar en werd nooit aangevallen.
De troepen van de graaf verwoesten wel het achterland in hun strijd met de
Koninklijke legers.

De helft van de inwoners van Castelnau-de-Montmiral overleefde de pestepidemie van 1628 niet. Het dorp werd daarna volledig afgesloten van de buitenwereld en zo
ontsnapte het aan de volgende golven van de zwarte pest. De hongersnood die
hierop volgde was echter opnieuw genadeloos.

Tijdens de
reformatie bleven de inwoners van Castelnau-de-Montmiral de Roomse kerk trouw. Het versterkte dorp werd een toevluchtsoord voor de bedreigde katholieken uit Gaillac. De Hugenoten
slaagden er nooit in Castelnau-de-Montmiral in te nemen.

Het kasteel
werd tijdens de Franse revolutie platgebrand en de ruïne in 1819 volledig
afgebroken. Ook de vestingmuren werden grotendeels gesloopt. Van de zes
ingangspoorten staan alleen de “Porte des Garrics” en de “Tour de Toulze” nog overeind.

Castelnau-de-Montmiral
kende nooit de welvaart en uitstraling van tijdsgenoot Cordes-sur-Ciel. Toch
behoort het dorp vandaag terecht tot het selecte clubje van “les plus beaux villages de
France
”. De smalle straatjes, met zowel huizen in natuursteen, baksteen als
vakwerk, behielden hun authentiek middeleeuws karakter.

La Place
des Arcades, het intieme gerestaureerde marktplein met de overdekte galerijen
en huizen uit de 16e en 17e eeuw is prachtig. Je vindt er het uitstekende restaurant “La
table des Consuls” (http://www.lesconsuls.com).

De kerk
Notre-Dame de l’Assomption dateert uit de 15e eeuw. De spitse kerktoren met
torenhaan werd spijtig genoeg afgebroken en vervangen door een betonplaat.

De kerk
bezit een historische schat: een kruis uit de 1341, bezet met 300 edelstenen. Een waar hoogstandje van middeleeuwse goudsmeedkunst. De laatste graaf
d’Armagnac schonk het kunstwerk aan het dorp. Het was ooit een geschenk van
paus Jean XXII aan zijn neef, de kasteelheer van Castelnau-de-Montmiral.

De Pechmiral, een kleine
heuvel met Mariabeeld aan de rand van het dorp, biedt een mooi panoramisch
zicht op het Grésigne bos.

La Bouygue ligt op ongeveer 15 kilometer van Castelnau-de-Montmiral; een ideale
voor- of namiddagactiviteit. De uitstap kan eventueel gecombineerd worden met
een bezoek aan Puycelsi of de wijnvelden van de AOC Gaillac.

De dappere
wandelaar volgt de GR de Pays dwars door het Grésigne bos en bereikt
Castelnau-de-Montmiral in minder dan drie uur.

Voor meer
informatie over Gîte La Bouygue & Gîte les Sangliers:

http://www.gite-frankrijk.be



LISLE-SUR-TARN volgens historici de eerste echte BASTIDE

Middeleeuwse Bastides Posted on 2012-04-24 18:57

Het kasteel
van Montaigut, trouw aan de graaf van Toulouse, was een bastion van de
Katharen. Na de Albigenzische kruistochten stond het kasteel op de lijst
van verzetshaarden die volledig uitgeroeid moesten worden (Traité de Meaux).

Als overwinningssymbool
werd op de ruïne van het kasteel een kerk gebouwd; de vorm van de vroegere
burchttoren is nog duidelijk zichtbaar.

Om de
gevluchte en verspreide plattelandsbevolking onder te brengen, besloot de graaf
van Toulouse Raimond VII rond 1230 op de rechteroever van de Tarn een
Bastide, “la villa nova de La Yla”, te bouwen. Hiermee werd deze Bastide, later
L’Isle d’Albigeois genoemd, de enige langs de Tarn met een haven.

Volgens sommige historici kan alleen van een Bastide sprake zijn na het “Traité de Meaux” (1229). Of nu L’Isle d’Albigeois de eerste Bastide was en niet Cordes-sur-Ciel laten we best over aan geschiedkundige puristen.

De infrastructuur om een dorp te bouwen was een dure aangelegenheid. De opdrachtgever wou op een beperkte oppervlakte een maximaal
aantal inwoners huisvesten. Een geometrisch stratenplan in dambordpatroon, met
in het midden een rechthoekig marktplein, optimaliseerde de beschikbare ruimte.
Dit type urbanisatie werd kenmerkend voor een “villa nova”.

Tijdens de
honderdjarige oorlog werd L’Isle d’Albigeois extra versterkt met vestingmuren
en vier toegangspoorten. Dit kon niet verhinderen dat de stad onder de voet
werd gelopen, volledig geplunderd en platgebrand.

In weerwil
van de druk van de Hugenoten, blijft L’Isle d’Albigeois trouw aan de katholieke
kerk. Tijdens de bloedige godsdienstoorlogen blijft het er, in tegenstelling
tot vele dorpen in de regio, relatief rustig.

De Tarn was
een uitstekende verkeersweg voor vrachtvervoer. Dankzij de haven, de wijn,
graan en pastelhandel werd L’Isle d’Albigeois in de middeleeuwen een welvarende
stad. Dit is vandaag nog duidelijk te zien aan enkele mooie herenhuizen waar
o.a. het stadhuis, het chocolademuseum en het Raymond Lafage museum zijn
ondergebracht. Van de haven zelf, die met de aanleg van de spoorweg alle belang
verloor, zijn geen sporen meer te zien.

De
bogengang rond het grootste marktplein in de regio dateert van de 17e
eeuw. Een soort overdekte markt waar de handelaars hun waren kunnen tentoon
spreiden. De fontein “du Griffoul” is een uniek kunstwerk: een kuip in lood uit
de 13e eeuw later versierd met een bronzen beeld met engeltjes
(1611).

Tijdens de
Franse revolutie deed de naam L’Isle d’Albigeois teveel aan de invloed van de
kerk denken en kreeg het dorp zijn huidige naam: Lisle-sur-Tarn.

Vandaag is
Lisle-sur-Tarn, midden het platteland en de wijnvelden, een rustig stadje aan de Tarn met
ongeveer 4000 inwoners. Met de vele vakwerkhuizen is het middeleeuwse karakter goed
bewaard en het is er aangenaam flaneren door de smalle straatjes. Op het prachtige
marktplein, onder de bogengangen, zijn leuke terrasjes. Je kunt er commentaar geven op de pétanque spelers en tijdens de marktdag op zondag is er een sfeervolle
drukte.

Typisch
voor een Bastide ligt de kerk niet centraal in de stad. De imposante “Notre Dame
de la Jonquière” kerk uit de 13e en 14e eeuw, een
belangrijke etappe op weg naar Santiago de Compostela, bevat zowel romaanse als gotische
elementen. De veelhoekige toren is in de typische stijl van Toulouse.

Vanaf de
brug over de Tarn krijg je het mooiste zicht op de vestigingsmuren aan de
vroegere haven en een panoramisch zicht op de terrastuinen.

Op het marktplein
is het unieke Chocolade Museum een bezoek meer dan waard. De Maître Chocolatier
Michel Thomaso-Defos is na zijn actieve carrière beeldend kunstenaar geworden.
Geïnspireerd door zijn vriend de beeldhouwer Casimir Ferrer maakt hij imposante
beelden in pure chocolade. In elf jaar tijd heeft hij een verrassend en
imposant oeuvre samengebracht. Op het einde van het bezoek, in de bijhorende
chocoladewinkel, kan men diverse chocoladesmaken proeven.

Lisle-duTarn
ligt op ongeveer 30 km van La Bouygue. Een bezoek valt het best te
combineren met een stuk van de wijnroute langs de vele wijnkastelen en
duiventorens. Op zondagmorgen kan men tevens de gezellige markt meepikken.

Voor meer
informatie over Lisle-sur-Tarn:

http://www.ville-lisle-sur-tarn.fr/

of het
chocolademuseum

http://www.musee-art-chocolat.com/

Voor meer
informatie over Gîte La Bouygue & Gîte les Sangliers:

http://www.gite-frankrijk.be



CORDES-SUR-CIEL een van de mooiste plekjes van de MIDI-PYRENEES

Middeleeuwse Bastides Posted on 2012-04-08 21:53

Op een kleine 20 kilometer van La Bouygue
ligt Cordes-sur-Ciel; een authentiek middeleeuws dorpje met smalle en steile
straatjes en steegjes, een
belangrijke tussenstop op weg naar Santiago de Compostela (Conques-Toulouse route).

Cordes-sur-Ciel ligt op een heuveltop, de
“Puech de Mordagne”, in de vallei van de Cérou. Als de nevel nog in de valleien
hangt, lijkt de stad soms te zweven op een wolkenzee tussen hemel en aarde. In 1993 besloot Paul Quilès, minister van binnenlandse zaken en huidige burgemeester van het stadje, om het poëtische “sur-Ciel”aan de naam Cordes toe te voegen.

Tijdens de eerste Kruistocht tegen de Katharen
was Saint Marcel een symbool van verzet en een van de eerste doelwitten van
Simon de Montfort. Na drie maanden belegering
en een waar bloedbad werd Saint Marcel volledig verwoest.

Als toevluchtsoord voor de gevluchte Katharen gaf
Raymond VII, graaf van Toulouse, in 1222 opdracht om op ongeveer 4 km van Saint
Marcel een volledig nieuw dorp te bouwen:
Cordoa (zoals veel steden in zuid-west Frankrijk genoemd naar een Spaanse stad: Cordoba). Gezien de woelige tijden werd het dorp versterkt met maar liefst vier vestingmuren. Is Cordes de eerste Bastide? Of komt die eer toe aan Lisle-sur-Tarn? Deze discussie laten we best over aan de historici.

Nadat de streek zich opnieuw aansloot bij de
Rooms katholieke kerk, groeide Cordes uit tot een bloeiend handelscentrum voor
linnen, leder en kleurstoffen (o.a. saffraan).

De bastide Cordes genoot privileges
(vrijstelling van tolgelden en belastingen) en de snel rijk geworden kooplui
lieten vanaf het einde van de 13e eeuw luxueuze herenhuizen in
gotische stijl optrekken, hun status waardig. Cordes werd een architecturale
parel met meer dan 5000 inwoners (in die tijd net zo groot als Albi).

Cordes werd een van de voornaamste bastions van
de Hugenoten. Nieuwe godsdienstoorlogen en pestepidemieën brachten een ommekeer
in de welstand en Cordes raakte in verval.

Dankzij de kantindustrie kon Cordes zich vanaf 1870 gedurende een vijftigtal jaren herpakken.

Tijdens de tweede wereldoorlog was de schilder
Yves Brayer de eerste bekende naam die de charme van Cordes ontdekte. In zijn
gevolg kwamen een rits andere kunstenaars en nijverheidslieden. De
schrijver Albert Camus is wellicht het bekendst: “À Cordes, tout est beau, même
le regret”. Zij zorgden voor een nieuwe
dynamiek en het bouwvallige Cordes werd volledig gerestaureerd zodat veel van het rijke patrimonium bewaard is gebleven.

De uitzonderlijke ligging en het opmerkelijke
architectonische erfgoed maken Cordes-sur-Ciel tot een van de belangrijkste
middeleeuwse dorpen van Frankrijk.

Geklasseerd bij de “Grands Sites Midi-Pyrénées” is een bezoek aan Cordes-sur-Ciel
met zijn vele kunstenaars en galerijtjes een must voor al wie deze streek
doorkruist. Het lijkt me merkwaardig dat Cordes-sur-Ciel het label van “les plus beaux Villages de France” niet draagt.

Vanaf het marktplein beneden rijdt een
toeristentreintje naar boven; dit ontneemt wel een deel van de charme van een
bezoek aan Cordes-sur-Ciel. Neem liever
rustig de tijd voor een klim langs de smalle, geplaveide straatjes.

Geniet ondermeer van de poorten,
vestigingsmuur, de Sint Michielskerk, de herenhuizen zoals La Maison du Grand
Ecuyer, La Maison du Grand Veneur en La Maison du Grand Fauconnier.

Centraal vindt men in Cordes sur Ciel de 14de
eeuwse markthal; het dak van deze hal, waar de stoffen werden verhandeld, rust
op twee dozijn achthoekige zuilen. Er is ook “le puit de la Halle”, een put van
iets meer dan 113 meter diep met een diameter van 2,80m. Het blijft een raadsel of deze put als
waterreservoir diende in tijden van belegering of als ontsnappingsroute.

Terrasse de la Bride is een sfeervolle plek om
even uit te rusten op een van de terrasjes; geniet ook van het schitterende
panorama op de vallei van de Cérou.

Rond 14 juli, tijdens het “festival van
de grote Valkenier ” is de stad echt in middeleeuwse sferen. Middeleeuwse
klederdracht is standaard en zelfs toeristen wagen zich eraan. De sfeer is
uitermate gezellig, maar de drukte moet men er wel bij nemen.

In 2014 riepen de kijkers van tv-zender France 2 Cordes-sur-Ciel uit tot Frankrijk’s meest favoriete dorp.

Voor meer
informatie en een stadsplan kunt u steeds terecht in het Office du Tourisme:

http://www.cordessurciel.fr/fr


La
Bouygue ligt op minder dan 20km van Cordes-sur-Ciel; het is een aanbevolen voor- of
namiddag uitstap

De dappere
wandelaar neemt de GR de Pays, die in La Bouygue voorbijkomt, en laat zich in
Cordes-sur-Ciel oppikken (of omgekeerd); de wagen in Vaour parkeren en heen en
terug wandelen is ook een goed alternatief

Voor meer
informatie over Gîte La Bouygue & Gîte les Sangliers:

http://www.gite-frankrijk.be