Blog Image

Middeleeuwse dorpen en bastides Midi-Pyrénées

LA BOUYGUE

Onder het motto "logeren bij Vlamingen" baten Roger & Nadine aan de rand van het Grésigne bos in Penne (Tarn) twee vakantiewoningen uit:
Gîte La Bouygue, een kindvriendelijk vakantiehuis met verwarmd zwembad
Gîte les Sangliers, een hondvriendelijk vakantiehuisje met grote omheinde tuin

JEAN PETIT QUI DANSE en “la révolte des Croquants”

Geschiedenis Posted on 2013-03-17 19:24

https://youtube.com/watch?v=M4FAz16x8Us%3Ffeature%3Dplayer_detailpage

Een nieuwe
pestepidemie in 1628 en de torenhoge belastingen om de geldverslindende
oorlogsmachine van de Franse kroon en de geldhonger van de kerk te financieren,
bracht gans Frankrijk in een economische crisis.

Toen in 1643 de
belastingen in Rouergue verdubbelden, kwam de verarmde plattelandsbevolking in
opstand. Deze volksopstand in Rouergue staat bekend als “la révolte des Croquants”. Het verzet onstond in Marcillac onder leiding van Bernard Carmels,
bijgenaamd “Lafourque”. Aangespoord door de lokale leiders Jean Petit en
Guillaume Brasc (bijgenaamd Lapaille) bezetten ze met 1200 man
Villefranche-de-Rouergue en slaagden erin een paar fiscale toegevingen af te
dwingen.

In opdracht van Richelieu en Mazarin bezetten de Koninklijke troepen, onder leiding van François de
Noailles, hierop de volledige stad. De Croquants, onder impuls van Jean Petit aangegroeid
tot meer dan tienduizend opstandelingen, trokken naar Villefranche-de-Rouergue
om hun eisen kracht bij te zetten.

Zowel Jean Petit als Lapaille
werden echter met een list gevangen genomen en met veel vertoon publiekelijk
terechtgesteld op de place Notre-Dame. Ze werden met gespreide armen en benen
vastgebonden op een horizontaal opgesteld rad. Met een ijzeren baar
verbrijzelde de beul één voor één al hun ledematen. Het woord “geradbraakt” is van deze middeleeuwse martelmethode afgeleid. Jean Petit stierf met de woorden: “je suis ici
pour avoir voulu bien faire”. Ter
afschrikking van de opstandelingen werd het onthoofde lichaam van hun leiders drie
jaar lang, tot de volledige ontbinding, publiekelijk tentoongesteld.

Zonder hun aanvoerders
leek de opstand gebroken. Slechts kleine verzetshaarden bleven over. Lafourque wist zich met enkele getrouwen terug te plooien in Najac. Onmiddellijk
werd ook dit restant van revolte de kop ingedrukt. Lafourque werd eveneens
publiekelijk geradbraakt en zijn hoofd in Marcillac, waar de opstand begon, publiekelijk
tentoongesteld.

Hiermee was de volksopstand
van les Croquants volledig gebroken. Ongeveer 150 jaar later keerde de verpauperde bevolking
zich opnieuw, om dezelfde reden, tegen de koning met zijn feodale leenheren en de oppermachtige kerk. Deze volksopstand, bekend als de Franse revolutie, slaagde dit
keer wel en leidde tot de eerste Franse republiek. De eis tot “Liberté,
Egalité, Fraternité” werd zoveel jaren eerder al door Jean Petit en zijn
Croquants, zonder succes, bevochten.

Op de melodie van een
middeleeuws wijsje wordt de terechtstelling van Jean Petit al eeuwenlang bezongen. Jean Petit qui danse, een
aftelrijmpje waarbij alle geradbraakte ledematen van de aanvoerder van de
Croquants één voor één worden opgesomd.

Het is in gans
Frankrijk nog steeds een populair kinderliedje. Een onschuldig rondedansje
waarbij de kindjes telkens het bezongen lichaamsdeel aanwijzen.

Gelukkig beseffen de argeloze
kindjes niet dat Jean Petit niet van vreugde danste.

Met dank aan Googleman
voor de videoclip bovenaan dit artikel.



DE CISTERCIËNZERS en de ABDIJ van BEAULIEU-EN-ROUERGUE

Geschiedenis Posted on 2012-08-05 21:28

Robert de
Molesmes vond dat de luxe die de machtige Benedictijnenkloosters
tentoonspreidden afbreuk deed aan de spiritualiteit en de navolging van de regel
van Benedictus. Om God te zoeken in grotere eenzaamheid en
armoede stichtte hij in 1098 ten zuiden van Dijon, in het bos
van Cîteaux, een nieuwe kloosterorde. Naar de Latijnse naam voor Cîteau “Cistercium” werden deze
kloosterlingen Cisterciënzers genoemd.

De orde
herstelde de strikte naleving van de door Benedictus van Nursia in de zesde
eeuw vastgelegde kloosterregels. Iedere abdij diende zelfvoorzienend te zijn. De
monniken verdeelden hun tijd tussen bidden en spiritueel werk. Het
huishoudelijke werk, het werk op het land en in het klooster werd toevertrouwd aan
lekenbroeders.

De cisterciënzercultuur heeft in de
12e en 13e eeuw veel bijgedragen tot de ontginning van nieuwe landbouwgrond. Het indijken van de Vlaamse polders
door de Cisterciënzermonniken van de abdij Onze-Lieve-Vrouw Ten Duinen in
Koksijde is hiervan een uitstekend voorbeeld.

De
kloostergebouwen werden steeds opgetrokken volgens een vast schema. De abdij
van Beaulieu-en-Rouergue, de 45ste vestiging van de orde van Citeaux, is hiervan
een uitstekend en goed bewaard voorbeeld.

De cisterciënzerabdij
van Beaulieu werd in 1144 gesticht door Adhémar III, bisschop van Rodez. De
oorspronkelijke abdij werd tijdens de Albigenzische kruistochten door
plunderaars verwoest en vanaf 1275 weer opgebouwd. Ook tijdens de
godsdienstoorlogen tussen katholieken en protestanten werd de abdij zwaar
beschadigd en nadien gedeeltelijk heropgebouwd.

In 1791, tijdens
de Franse Revolutie, werd de abdij staatsbezit en verkocht als hoeve. Het was ooit
de bedoeling de kerk steen voor steen af te breken en opnieuw op te bouwen in
Saint-Antonin-Noble-Val. Gelukkig kon Prosper Mérimée, een van de eerste
inspecteurs van historische monumenten, de autoriteiten overtuigen van de
absurditeit van dit project. In 1875 werden de abdijgebouwen uiteindelijk geklasseerd
als historisch monument.

De
geklasseerde abdijsite bleef wel dienst doen als hoeve. In samenwerking met het
“Centre des Monuments Nationaux” begonnen de nieuwe eigenaars, Pierre Brache en
Geneviève Bonnefoi, in 1959 aan de restauratie. Ze brachten er hun collectie
hedendaagse kunst onder.

In 1973
droegen ze de abdij en hun kunstcollectie over aan het Franse “Centre des
Monuments Nationaux”.

De abdijkerk
is volledig uitgevoerd in de zuivere Gotische stijl van de tweede helft van de
13e eeuw. Samen met de sacristie, de kapittelzaal, de gotische
wijnkamer en de slaapzaal van de lekenbroeders vormt het geheel een prachtig
voorbeeld van de sobere cisterciënzerarchitectuur. De tentoonstellingen van
hedendaagse kunst komen er uitstekend tot hun recht.

Voor meer informatie over de Abbaye de Beaulieu-en-Rouergue in 82330 Ginals:

http://www.art-beaulieu-rouergue.com/

De Abdij
van Beaulieu ligt op ongeveer 30 kilometer van La Bouygue. Gecombineerd
met een bezoek aan Najac of Villefranche-de-Rouergue is dit een aanbevelenswaardige
daguitstap.

Voor meer
informatie over Gîte La Bouygue & Gîte les Sangliers:

http://www.gite-frankrijk.be



DE ORDE VAN DE TEMPELIERS

Geschiedenis Posted on 2012-04-18 11:08

Vaour en
Montricoux, dorpjes in de buurt van La Bouygue, zijn bekend door hun
“Commanderie des Templiers”.

De Tempeliers, de naam
klinkt bekend in de oren. Nu de Noorse terrorist Anders Breivik tijdens zijn
proces beweert lid te zijn van een nieuwe Tempeliersorde, vraagt een mens zich
toch wel even af: wat weet ik eigenlijk over deze orde? Bitter weinig, we
hebben het dus even opgezocht:

Na de eerste kruistocht (1096-1099) heersten de christenen over het Heilig
Land en veel pelgrims trokken opnieuw naar Jerusalem. Moslims lagen op de loer,
bandieten zwierven rond, de pelgrimswegen naar het Heilig Land waren helemaal niet
veilig.

Een ridder uit de
Champagnestreek, Hugue de Payens, richtte in 1119 samen met acht andere vrijbuitende
ridders een nieuwe broederschap op. Ze stelden aan de patriarch van Jeruzalem
voor om als strijdende ridders de pelgrimswegen te beschermen. Deze zag de
waarde van een dergelijke religieuze ridderorde wel zitten en schonk hen nabij
de Tempelberg een deel van de Al Aqsa moskee. Volgens de christenen was deze
moskee de vroegere tempel van Salomon.

De Orde van de
Tempeliers (of voluit de “Orde van de Arme Ridders van Christus en de Tempel
van Salomon in Jeruzalem”) werd een groep erg militair ingestelde religieuzen,
gestructureerd als een ridderorde. Aanvankelijk bleef de broederschap klein. De
orde volgde de kloosterregel van Sint Agustinus en alle ridders legden de eed
van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid af. Al hun wereldse goederen gingen
naar de orde.

Ofschoon monniken geen
bloed mogen vergieten, werd de orde in 1139 toch door de Katholieke kerk
officieel erkend. De orde viel onder het rechtstreekse gezag van de paus. Vanuit hun bakermat in
de Champagnestreek waren de Tempeliers van meet af aan zeer populair in
Frankrijk. Ook toen de organisatie internationaal doorgroeide, bleven de
Fransen toonaangevend.

Ondanks hun statuut van
monnikenorde waren de Tempeliers, gedreven door een religieus fanatisme, in de
eerste plaats militairen. Als strijders tegen de islam kenden ze geen genade en
al snel waren ze betrokken in alle conflicten met de vijanden van de Rooms
katholieke kerk. Toen in het westen het enthousiasme om op Kruistocht te gaan
begon af te nemen, zette de Orde van de Tempeliers deze heilige oorlogen
verder. In ruil verwierven ze immense eigendommen. De orde schrok ook niet
terug voor plundertochten en eisten losgeld voor krijgsgevangenen. De orde, tevens
vrijgesteld van belastingen, werd door dit alles zeer snel ontzettend rijk en
machtig.

Het waren niet alleen
verbeten strijders, maar ook goede ondernemers. Hun landerijen brachten veel
rente en belastingen op en ze werden het belangrijkste bankiershuis van het
Franse koningshuis. Ook de Engelse koningen en zelfs de paus leenden forse
bedragen. De schuldbrief, een soort cheque avant la lettre, werd door hen
geïntroduceerd.

De Franse koning Filips
de Schone, de machtigste vorst van zijn tijd, had veel schulden bij de tempeliers
en stoorde zich ook aan de groeiende machtspositie van deze paramilitaire
organisatie. Hij besloot de orde eenvoudigweg te vervolgen wegens ketterij en
schakelde hiervoor de inquisitie in.

Op 12 oktober 1307
werden over heel Frankrijk 15000 mensen gearresteerd. Niet alleen Tempeliers,
maar ook de bedienden en arbeiders van hun landgoederen. Al hun bezittingen
kwamen onder het beheer van de Franse koning. Het staat vast dat veel
gevangenen gemarteld werden, onder dwang bekenden wat de inquisitie wilde horen
en op de brandstapel stierven.

Dankzij de steun van
de Franse koning was Clemens V tot paus verkozen en onder politieke druk ontbond
hij in 1312 de Orde van de Tempeliers. Hij weigerde wel hen te veroordelen voor
ketterij. De laatste grootmeester, Jacques de Molay, stierf in 1314 op de
brandstapel.

Uiteindelijk aanvaarde
Pilips de Schone dat de bezittingen van de Orde van de Tempeliers in Frankrijk werden
overgedragen aan de Hospitaalridders, de tweede Franse ridderorde. De
Hospitaalridders of Johanniters werden later beter bekend als de Orde van Malta
en bestaat nog steeds.

Voor meer
informatie over la Commanderie de Vaour en de Orde van de Tempeliers:

http://www.quartier-rural.org/villages/vaour/histctv.html

Voor meer
informatie over Gîte La Bouygue & Gîte les Sangliers:

http://www.gite-frankrijk.be



BASTIDES

Geschiedenis Posted on 2012-04-09 18:48

Onder de
vlag van het christendom waren de Albigenzische Kruistochten een ware veroveringsoorlog
van de Roomse kerk en de koning van Frankrijk tegen de graaf van Toulouse.
Hierbij werd gans zuidwest Frankrijk in puin achtergelaten.

Toen
Raymond VII, graaf van Toulouse, in 1229 verplicht werd het “Traité de Meaux”
te ondertekenen, behield hij alleen de streek rond Toulouse. Het verdrag
bepaalde ondermeer dat de versterkingen rond Toulouse en 30 andere Kathaarse
verzetshaarden moesten gesloopt worden. Gezien de ganse streek was verwoest,
mocht de graaf wel nieuwe dorpen bouwen. Op voorwaarde ze niet te versterken.
Deze “ville neuves” werden door de geschiedschrijvers vanaf de 18e
eeuw “Bastide” genoemd.

De eerste
Bastide was vermoedelijk “la villa nova de La Yla”, nu bekend als
Lisle-sur-Tarn. Deze “villa nova” werd rond 1230 door graaf Raymond VII
gesticht ter vervanging van het versterkte Montaigut dat moest afgebroken
worden.

Als toevluchtsoord
voor de ontheemde Katharen werden door graaf Raymond VII al in 1222 Cordes-sur-Ciel
en Castelneau-de-Montmiral gesticht. Dit waren versterkte dorpen die niet echt beantwoorden aan de strikte definitie van een “Bastide”.
Of Cordes-sur-Ciel of Lisle-sur-Tarn de titel van eerste “villa nova” mag
dragen, laten we best over aan de geschiedkundige puristen.

Vanaf het
verdrag van Meaux tot de Frans-Engelse 100-jarige
oorlog werden in zuidwest Frankrijk tussen 1229 en 1373 rond de 200 nieuwe dorpen
gebouwd. Vooral Alphonse de Poitiers, de schoonzoon van de graaf van Toulouse,
ontpopte zich als een verwoede opdrachtgever. Door hen een artisanale en
commerciële infrastructuur te bezorgen, wou hij de berooide plattelandsbevolking
binden aan de Franse kroon.

De “villa nova” werd steeds gebouwd op een
geografisch gunstige ligging. Het stadsplan was meestal in dambordpatroon,
vertrekkend van een centraal marktplein met zuilengalerijen. De zo typische
galerijen zijn echter van een iets recentere datum en danken hun bestaan aan
een vorm van fiscale fraude. De handelaars en ambachtslui stalden hun waren uit
voor hun deur en als beschutting tegen de regen kregen ze toelating om een
overdekking te bouwen. Gezien belastingen alleen geheven werden op gesloten
grondbebouwing, konden de bewoners hun huizen boven een zuilengalerij gevoelig
uitbreiden zonder extra taksen te betalen. Zoals we vandaag nog kunnen zien
werd in zuid Frankrijk van dit achterpoortje in de belastingwet gretig gebruik
gemaakt.

Dankzij allerhande privileges en gunstige
belastingen werd de bevolking aangemoedigd om zich in de “villa nova” te
vestigen. Deze gunstmaatregelen werden vastgelegd in een “charte de coutumes”.
Zeer innovatief voor die tijd waren de bepalingen in dit handvest voor alle
inwoners gelijk, dus ook voor de vroegere lijfeigenen. Het einde van het
zuivere feodale stelsel was hiermee ingezet.

De inwoners van de Bastides hadden ook hun
eigen vertegenwoordiging. De “consul” was weliswaar niet echt democratisch
verkozen maar aangesteld door de stichter. Hij kon wel zelf zijn eigen raad
samenstellen en was verantwoordelijk voor de administratie van de Bastide, de
herstelling- en verbeteringswerken, de verdediging… vrij vergelijkbaar met de
werking van de huidige gemeentebesturen.

Deze grootse middeleeuwse urbanisatiegolf kende
een abrupt einde bij het begin van de honderdjarige oorlog; Labastide-d’Anjou
is bekend als de laatst gebouwde Bastide. Hadden de Bastides van oorsprong geen
militair karakter, in het licht van de honderdjarige oorlog werden de meeste
dorpen nadien toch versterkt.

Naast vele oudere dorpjes zoals Penne,
Bruniquel, Puycelsi, Larroque, Saint-Antonin-Noble-Val, Milhars, Varen… situeren zich in de buurt van La Bouygue meerdere “villeneuves”.

De belangrijkste en goed bewaarde “Bastides” in
een straal van pakweg 30 kilometer zijn Cordes-sur-Ciel, Castelnau-de-Montmiral,
Nègrepelisse, Monclar-de-Quercy, Labastide-de-Lévis, Lisle-sur-Tarn, Castelnau-de-Lévis…

Iets verder, in het departement Aveyron, zijn
Najac en Villefranche-de-Rouergue een mooie daguitstap waard.

Voor wetenschappelijk verantwoorde informatie over het ontstaan van de Bastides kunt u terecht bij het “Centre d’études des Bastides”:

http://www.bastides.org

Voor meer
informatie over Gîte La Bouygue & Gîte les Sangliers:

http://www.gite-frankrijk.be



DE ALBIGENZISCHE KRUISTOCHTEN TEGEN DE KATHAREN

Geschiedenis Posted on 2012-03-29 18:56

De Katharen
of Albigenzen (genoemd naar de regio rond de stad Albi, thans het departement Tarn) vormden een religieuze beweging die ontstond in de 12e eeuw. De leer beruste op uit
het Oosten afkomstige filosofieën over goed en kwaad. In deze dualistische
visie stond God voor goedheid en de Duivel voor het kwaad. Gezien God onmogelijk
dit aardse tranendal kon geschapen hebben, was dit het werk van de Duivel.

Iedereen moest zich
bevrijden uit de gevangenis van zijn lichaam en zijn ziel tot God verheffen. Het
Katharisme erkende geen eigendom en stond hierdoor in schril contrast met de
pracht en de praal van de katholieke kerk.

De Katharen
beschouwden zich als de ware christenen en noemde zichzelf “Bons Hommes”, goede mensen.

Deze
complexe godsdienst vond een bijzondere weerklank in Occitanië. Dit gebied,
onder het feodale gezag van de graaf van Toulouse, het huis Trencavel
(Carcassonne) en de koning van Aragon (Barcelona), strekte zich uit over gans zuid Frankrijk
en een deel van Spanje.

De
agrarische bevolking moest een deel van de inkomsten afstaan aan de Roomse
kerk, de zogenaamde tienden. Het succes van het Katharisme is dus deels te
verklaren als protest tegen de heersende kerk met haar gehate belastingen. Het
werd snel een massale beweging en een reële bedreiging voor de Roomse kerk.

Paus Innocentius III
veroordeelde de Albigenzen als ketters en probeerde hen, zonder resultaat, van
deze dwaalleer te bekeren. Het ontkennen van de autoriteit van de Katholieke
Kerk zorgde vanaf 1209 tot 1244 voor drie Albigenzische Kruistochten.

Het devies van deze
Kruistochten gaf een duidelijke indicatie van de bloederige gruwel die zou
volgen: “Dood hen allen, God zal de zijnen herkennen”.

De Franse koning
Filips II had het te druk met zijn strijd tegen de Engelse kroon. Daarom trok
Arnaud–Amaury, abt van Cîteaux, met diverse baronnen uit de provincie
Ile-de-France op Kruistocht naar het zuiden. Baron Simon IV de Montfort was een
van hen. De veroveringen op de Katharen verliep voorspoedig. Al was hij het
Katharisme goed gezind, de graaf van Toulouse Raymond VI zag zich aanvankelijk
politiek verplicht de Albigenzische Kruistocht te steunen.

Na veertig dagen, de
tijd nodig om als kruisvaarder een volle aflaat te verdienen, keerden de meeste
edelen terug naar huis. Simon de Montfort greep zijn kans om zich onder de vlag
van het christendom te verrijken. Zijn troepen plunderden het welvarende zuiden
en lieten alleen dood en vernieling achter. Na de massamoord in Béziers en de
verovering van Carcassonne werd het duidelijk dat voor Simon de Montfort de
strijd tegen de Katharen een nevenproject was. Hij voerde een regelrechte
veroveringsoorlog.

Graaf
Raymond VI stapte uit de Kruistocht en ging in het verzet tegen Simon de
Montfort. Hij werd onmiddellijk geëxcommuniceerd. Uiteindelijk veroverde
Montfort ook Toulouse. Graaf Raymond VI werd door Rome verplicht in
ballingschap te gaan naar Barcelona en verloor al zijn rechten en bezittingen
aan Simon IV de Montfort.

Zijn zoon, de ondernemende
jonge graaf Raymond VII van Toulouse, begon een guerrillastrijd en heroverde
vele bezittingen van zijn vader. Daarop besloot de Franse koning Lodewijk VIII in
1226 tot een tweede Albigenzische Kruistocht. Veel Occitaanse edelen en steden
gaven zich zonder strijd over. Alleen Toulouse bereidde zich voor op een lange
belegering. Toulouse werd nooit ingenomen, maar de troepen van de koning
plunderden en verwoestten het hele achterland.

Uiteindelijk moest graaf
Raymond VII onderhandelen. In 1229 ondertekende hij het “Traité de Meaux”. De
voorwaarden die leidden tot het einde van het veroveringsconflict waren drastisch.
De graaf van Toulouse verloor meer dan de helft van zijn bezittingen. De
Provence ging naar de Katholieke kerk. Het grondgebied van de Trencavels was
voor het Franse koningshuis.

Graaf Raymond VII moest ook instemmen dat zijn enige
erfgename, Jeanne de Toulouse, huwde met Alphonse de Poitiers, broer van de
koning van Frankrijk. Hierdoor kwam het graafschap Toulouse na de dood van
Raymond VII volledig in handen van de Franse kroon.

Raymond VII moest
daarbovenop schadevergoeding betalen aan de Katholieke Kerk. De versterkingen
in Toulouse en dertig andere bastions moesten gesloopt worden.

We zouden bijna
vergeten dat de Albigenzische Kruistochten een strijd tegen het Katharisme
waren. Het verdrag van Meaux beëindigde het Katharisme niet, maar de weerstand
was door het wegvallen van de beschermheren erg verzwakt.

De afgelegen streek
rond Montségur, een echt Kathaars bolwerk, had nooit de aandacht van de
kruisvaarders getrokken. Het werd een van de laatste toevluchtsoorden van de
Katharen. Daarom startten de Koninklijke troepen in 1243 een derde
Albigenzische Kruistocht.

De katharenburcht
Montségur werd het ultieme symbool van de weerstand tegen de rooms-katholieke
repressie. Tijdens het beleg van de “citadelle du vertige” namen 6000 soldaten het
op tegen 500 katharen. In weerwil van de ongelijke kansen hielden de belegerde Katharen
nog een jaar stand.

Met de verovering en
verwoesting van het kasteel van Montségur waren de hoogtijdagen van het Katharisme
voorgoed voorbij. De Katharen gingen ondergronds en de Rooms katholieke kerk
zette de inquisitie als nieuw strijdmiddel in. Bernard de Castanet, de nieuwe
bisschop van Albi, werd in zuid Frankrijk de medogenloze leider van de
inquisitie. Veroordeelde Katharen kregen levenslang of de doodstraf.

Het zou echter nog
honderd jaar duren voor deze opkomende dualistische godsdienst volledig werd
vernietigd. In 1321 stierf Guillaume Bélibaste, gekend als de laatste “bon homme”,
op de brandstapel.

Voor meer informatie
over de Albigenzen: http://www.katharen.be/ of in het Maison des Mémoires in Mazamet, het enige museum in Frankrijk gewijd aan het Katharisme

Voor meer informatie
over Gîte La Bouygue & Gîte les Sangliers:

http://www.gite-frankrijk.be