De uitdrukking “aller aux champignons” was ons
bekend. Van “aller aux respounchous” hadden we voor ons verblijf in de Tarn nog
nooit gehoord.

Rond midden april ziet men in de Tarn overal mensen
de bermen afschuimen, op zoek naar iets… Het blijkt de Dioscorea communis of spekwortel
te zijn. Hier gebruikt men een afgeleide van de Occitaanse naam: “respounchous” (alle schrijfwijzen zijn toegestaan).

Al worden de culinaire
eigenschappen door velen in vraag gesteld, in de Tarn hebben de jonge scheuten van de spekwortel de status van de hopscheuten in Poperinge.


De spekwortel is een klimplant, een kleine liaan die
tot 3 m lang wordt en van mei tot juni gele bloemen draagt. De plant groeit aan
de rand van bossen, heggen en struiken.


Uitsluitend de jonge scheuten zijn culinair gegeerd.
Het lijkt enigszins op een dunne verlepte asperge. Enkel de groene top
van de uitlopers, 7 à 8 cm, zijn eetbaar. De scheuten worden eerst gekookt in
zoutwater, na toevoeging van een flinke scheut azijn om de bitterheid weg te
nemen. De “omelette aux respounchous” is wereldberoemd in de Tarn. De scheuten
worden ook vaak verwerkt in salades.

Het is een jaarlijkse folklore om op zonnige lentedagen met
zijn allen de natuur in te trekken op zoek naar respounchous. Het plezier iets
klaar te maken dat men zelf in het wild heeft geplukt, draagt zonder twijfel
bij tot de culinaire vermaardheid van de respounchous.

We zijn in zuidwest Frankrijk waar alles aanleiding
geeft tot feesten. Nu zondag 13 april 2014 houdt
Cordes-sur-Ciel het jaarlijkse “Fête des responchons sous la Halle”.
Allen daarheen.