Aan de rand van het Grésigne bos ligt een zeer grote
weide met prachtige trekpaarden. Voor ons maken deze dieren deel uit van het
landschap. Als we ze niet zien, dan is het plaatje niet compleet.

In zuid-west Frankrijk is het koudbloedras de “Comtois” het populairste trekpaardenras. Nu ze nog nauwelijks in de bosbouw en
wijngaarden worden ingezet, behoren ze stilaan tot een curiositeit, levend
historisch erfgoed.

De comtois is een zeer oud ras. Het zijn
vermoedelijk Duitse paarden gekruist met Spaanse hengsten. In de Romeinse tijd
werden de eigenschappen van deze kleine, sterke trekpaarden met hun zacht
karakter al beschreven.

In de middeleeuwen werd de Comptois ook als
cavaleriepaard gebruikt. Ook in de legers van Louis XIV en Napoleon werden de
Comptois volop ingezet.

Het zijn relatief kleine, maar stevig gebouwde
paarden. De stokmaat ligt tussen 1,50 en 1,65m. De Comtois zijn eenkleurig
lichtbruin met vlasblonde manen en staart. Ook het behang van de benen is
licht gekleurd.

De Comtois hebben een krachtige stap en zijn zeer
wendbaar. Deze “all terrain” onder de trekpaarden is uiterst geschikt in ruig heuvelgebied, bosbouw en wijngaarden. De dieren zijn bestand tegen ruwe
weersomstandigheden en blijven het jaar rond buiten.

Ieder najaar houdt Monestiés een “Fête
du cheval de trait” met uiteraard een wedstrijd om het mooiste trekpaard.